Je kunt voorwerpen zien omdat ze zelf licht uitzenden of licht van een bron weerkaatsen, waarbij licht zich extreem snel en rechtlijnig voortbeweegt.
Wanneer licht van de ene stof naar de andere gaat, zoals van lucht naar water, verandert het van richting; dit heet breking.
Wit zonlicht bestaat uit verschillende kleuren die elk anders worden gebroken, wat zichtbaar wordt in een regenboog of via een prisma.
In deze leerlijn ontdekken leerlingen hoe licht werkt, van weerkaatsing en breking tot het ontstaan van kleur.
Hieronder vind je onze verschillende hoofdstukjes van 'Licht':
Hieronder vind je de bijhorende leerplandoelen, van onder naar boven, in de verschillende fasen.
IDW F4 nat.ver. 4 B.10
Eenvoudige toepassingen en fenomenen toelichten op basis van kennis over de principes van licht.
IDW F4 nat.ver. 4 B.9
In een onderzoek vaststellen dat licht vertrekt bij een lichtbron en zich rechtlijnig voortplant.
IDW F3 nat.ver. 4 B.8
Na onderzoek vaststellen dat licht kan opgedeeld worden in verschillende kleuren.
IDW F3 nat.ver. 4 B.7
De relatie verklaren tussen de vorm (lengte), plaats van de schaduw en de plaats van de lichtbron.
IDW F3 nat.ver. 4 B.5
Aangeven welke natuurlijke of artificiële bron verantwoordelijk is voor verlichting.
IDW F2 nat.ver. 4 B.3
Onder begeleiding minstens één natuurlijk verschijnsel dat ze waarnemen in verband met licht via een eenvoudig onderzoek toetsen aan een hypothese.